
Precies een jaar geleden kregen we de diagnose leukemie.
Dinsdag 13-2-2024: even bloedprikken omdat Finn zo witjes was, maar hij was ook net ziek geweest.
Even bloedprikken en weer verder werken... Tot de telefoon net na de middag ging.
Mijn wereld stortte voor de tweede keer in.
Op mijn werk zakte ik in elkaar en riep door het kantoor: "Ik wil niet dat hij doodgaat!" Die woorden staan op mijn netvlies gebrand.
Mijn collega's hadden geen idee wat er gebeurde. Ik gaf mijn telefoon weg nadat ik hoorde dat we nu naar de SEH moesten komen.
De dokter belde naar Bennies werk, en Bennie kwam direct naar huis. Mijn collega's brachten mij naar huis.
Daar pakte ik Finn vast en liet hem niet meer los.


Ik kon alleen maar huilen en zei tegen mijn moeder, die die middag bij de kinderen was: "Het is niet goed."
Veerle en Finn begonnen ook te huilen, zonder te begrijpen wat er aan de hand was.
Ik nam Veerle bij me en vertelde haar dat Finn naar het ziekenhuis moest omdat het niet goed ging.
Hoe ik het aan Finn heb uitgelegd, weet ik niet meer.
Snel wat spullen gepakt en zo snel mogelijk naar de SEH.
Daar werden foto's gemaakt en opnieuw bloed afgenomen.
Nogmaals hoorden we dat de verdenking op leukemie hoog was.
We moesten in Goes blijven en de volgende dag met de ambulance naar Utrecht.
Die nacht bleef Bennie slapen bij Finn. Ik ging naar huis, naar Veerle, en pakte een grote tas in.
Want dat we voorlopig niet thuis zouden komen, wist ik.
Eenmaal in bed zei ik tegen mezelf: "Nat, dit worden hele lange en pittige dagen, weken, jaren. Je moet nu echt even slapen."
Een paar uurtjes kunnen meepakken...
Alles werd geregeld voor Veerle, zodat zij thuis kon blijven en niet overal en nergens hoefde te logeren.
Dat zou ze niet aankunnen.
Mijn moeder hoefde niet te werken en bleef in ons huis bij Veerle.
Om 6:30 vertrokken we richting Goes, want vanaf 7:30 zou de ambulance klaarstaan voor vertrek naar Utrecht.
Daar kwamen de mannen – wat een toppers van het ambulance-team!
Finn vond het spannend, maar hij zei ook: "Nu zit ik in een ambulance!"


Ik vond het ook spannend. Zo snel over de snelweg, tussen de files door, zwaailichten aan.
Het voelde alsof ik in een film zat. Alsof dit niet echt gebeurde.
Maar helaas, het was de keiharde werkelijkheid.
Bennie ging toen naar huis om te douchen en nog wat spullen te pakken, zodat hij ook voor een tijdje in Utrecht kon blijven.
Hoe lang? Dat wist niemand.
Die dag kreeg Finn weer allerlei onderzoeken en toen kwam op valentijnsdag 2024 de officiële diagnose: leukemie.
BAM. Weer een klap.
Mijn wereld stortte opnieuw in, terwijl ik dacht dat 2024 ons jaar zou worden.






Kan ik dit nog aan?
Dat was wat ik dacht.
Trek ik deze klap? Hoe moet ik? Hoe kan ik?
En nu, een jaar later, kan ik zeggen dat ik poepie trots ben.
Op hoe we alles doen.
Hoe we er zo goed mogelijk voor beide kinderen zijn.
Hoe onze vrienden en familie ons helpen, op welke manier dan ook.
Hoe we weten dat de chemo zijn werk goed doet.
En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Leukemie en het Ushersyndroom... Het is pittig.
Maar samen komen we er.
De angst blijft.
Bang dat het terugkomt.
Bang dat het te goed gaat.
Bang als hij koorts krijgt.
Bang als we uitslagen krijgen.
Die angst zal voorlopig niet weggaan.
Maar dit is hoe wij ons pad bewandelen.
Op ons werk staan ze allemaal achter ons, en dat heeft niet iedereen.
Daar zijn wij zo ontzettend dankbaar voor.
Het helpt ons te vechten en te kunnen vechten.
En dat gaan we ook dit jaar heel hard doen.
Want helaas...
We zijn er nog lang niet.


Je mag zeker zo trots zijn op hoe jullie er zijn voor jullie beide kinderen!
Een jaar al, wat gebeurd er dan veel in zo’n jaar!
Kanjers zijn jullie!
Ik heb je verhaal met tranen gelezen. trots mag je zijn op jullie als gezin.
Wat een kanjer die Finn.
Heel veel succes, kracht en liefde voor de volgende mijlpalen.